02 april 2026 | 5 min.

Actuele situatie in de landbouw

Vertrouwen akkerbouwers licht verbeterd, maar blijft negatief

Het vertrouwen van akkerbouwers is in het vierde kwartaal van 2025 licht toegenomen ten opzichte van het voorgaande kwartaal (figuur 3). De Agro Vertrouwensindex komt uit op –5 punten en blijft daarmee duidelijk onder het langjarige gemiddelde van 8 punten (2013–2025). Ondanks de lichte stijging blijft het vertrouwen negatief, wat betekent dat de groep akkerbouwers met weinig vertrouwen groter is dan de groep met vertrouwen in de eigen onderneming.

De Agro Vertrouwensindex is opgebouwd uit de stemmingsindex (de beoordeling van de huidige bedrijfssituatie) en de toekomstverwachting (de verwachting voor de bedrijfssituatie over 2 à 3 jaar). In het vierde kwartaal van 2025 daalt de stemmingsindex met 1 punt naar 9. Hoewel deze index nog positief is, ligt het niveau relatief laag en duidelijk onder het langjarige gemiddelde van 22 punten. De toekomstverwachting verbetert met 3 punten naar –17, maar blijft daarmee sterk negatief. Per saldo leidt dit tot een lichte verbetering van de Agro Vertrouwensindex, die echter nog steeds in de min blijft.

Het vertrouwen van akkerbouwers ligt in dit kwartaal ongeveer 10 punten onder het gemiddelde voor de totale land- en tuinbouwsector.

Actuele Sit Fig1

Figuur 3 Agro Vertrouwensindex per kwartaal, 2023-2025
Bron: Wageningen Social & Economic Research, a.s.r., Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Vertrouwen melkveehouders sterk gedaald en negatief

Het vertrouwen van melkveehouders is in het vierde kwartaal van 2025 sterk gedaald ten opzichte van het voorgaande kwartaal (figuur 3). De Agro Vertrouwensindex komt uit op ongeveer –1 punt en ligt daarmee ruim onder het langjarige gemiddelde van 11 punten (2013–2025). Na een periode van relatief hoog vertrouwen in 2024 en het grootste deel van 2025 is het vertrouwen daarmee voor het eerst sinds begin 2024 weer negatief.

De Agro Vertrouwensindex wordt samengesteld uit twee deelindicatoren: de stemmingsindex (de beoordeling van de huidige bedrijfssituatie) en de toekomstverwachting (de verwachting voor de bedrijfssituatie over 2 à 3 jaar). In het vierde kwartaal van 2025 daalt de stemmingsindex fors met 17 punten naar ongeveer 24 punten. Daarmee ligt deze nog net boven het langjarige gemiddelde, maar duidelijk lager dan in de voorgaande kwartalen. De toekomstverwachting verslechtert verder en komt uit op ongeveer –21 punten, ruim onder het langjarige gemiddelde van 2 punten. De gelijktijdige verslechtering van beide indicatoren leidt tot een duidelijke daling van de Agro Vertrouwensindex, die daarmee in negatief gebied uitkomt.

Het vertrouwen van melkveehouders ligt in dit kwartaal onder het gemiddelde voor de totale land- en tuinbouwsector, waar het vertrouwen over het algemeen op een hoger niveau blijft.

Saldo melkveehouderij duidelijk gedaald door lagere melkprijs

Het maandsaldo van het gestandaardiseerde melkveebedrijf kwam in januari 2026 uit op 21.700 euro per bedrijf (figuur 4). Dat is 38% lager dan in dezelfde maand een jaar eerder en 7% onder het langjarig gemiddelde voor januari (2016–2025). Daarmee is een duidelijke omslag zichtbaar ten opzichte van het hoge saldo in de loop van 2025.

De lagere melkprijs vormt de belangrijkste oorzaak van de terugval in het saldo. Sinds augustus 2025 is sprake van een aanhoudende daling, met een scherpe afname in november en verdere dalingen in december en januari. In januari 2026 lag de melkprijs daardoor bijna 30% lager dan een jaar eerder. De toegerekende kosten bleven daarbij relatief stabiel, maar liggen nog altijd boven het langjarig gemiddelde. Positieve bijdragen kwamen van de hoge prijzen voor kalveren en slachtkoeien, maar deze konden de daling van de melkprijs niet compenseren. Het gestandaardiseerde bedrijf bestaat uit 117 melkkoeien met een gemiddelde melkproductie van 9.080 liter per koe.

Actuele Sit Fig 4

Figuur 4 Maandsaldo (euro/bedrijf) gestandaardiseerd melkveebedrijfa, 2024-2026 (t/m januari)
Bron: Wageningen Social & Economic Research.

Daling melkprijs zet door na piek in 2025

De melkprijs liet in 2025 eerst een gemengd beeld zien, met een daling in het eerste kwartaal gevolgd door een tijdelijke stijging tot de zomer. Vanaf augustus zette echter een duidelijke neerwaartse trend in, met in november een uitzonderlijk sterke prijsdaling. Deze daling hield aan tot in februari 2026. De prijsontwikkeling hangt samen met lagere zuivelnoteringen, waaronder een daling van ongeveer 20% voor magere-melkpoeder en ruim 40% voor boter in 2025. Daarnaast nam de melkaanvoer in de tweede helft van 2025 sterk toe, wat extra druk op de markt zette.

Act Sit Fig 5

Figuur 5 Melkprijs af boerderij (euro/100 kg, exclusief btw), 2024-2026 (t/m februari)
Bron: Wageningen Social & Economic Research.

Daling aardappelprijzen zet door

Tot en met november 2025 daalde de prijsindex van consumptieaardappelen verder naar 76 punten (figuur 6). Dat is ruim 13% lager dan in september en 58% lager dan in dezelfde maand een jaar eerder; in december was een licht herstel zichtbaar. Daarmee bereikt de prijs het laagste niveau sinds eind 2020/begin 2021, toen de markt eveneens onder druk stond. De sterke prijsdaling wordt veroorzaakt door een combinatie van ruim aanbod en tegenvallende vraag. In 2025 is sprake van een zeer goede oogst, mede door een recorduitbreiding van het aardappelareaal, vooral in Frankrijk en Duitsland, en gunstige groeiomstandigheden in het najaar. Tegelijkertijd blijft de internationale vraag achter door toenemende concurrentie uit China en India, waar de productie en export van frites sterk zijn toegenomen. Als gevolg hiervan zijn de af-boerderijprijzen sterk gedaald en worden veel vrije aardappelen afgezet als veevoer of verwerkt in biogas. Contracttelers worden voorlopig nog deels beschermd, maar de lage prijsniveaus werken naar verwachting door in de contractprijzen voor het volgende seizoen. De markt blijft voorlopig uit balans, mede doordat de voorraden groot zijn en de vraag naar nieuwe aardappelen beperkt is.

De af-boerderijprijs van tarwe is in 2025 duidelijk gedaald en stabiliseert in het najaar op een lager niveau (figuur 6). Tussen januari en oktober daalde de prijs met circa 20% van ongeveer 21,8 euro naar 17,3 euro per 100 kg. In november was sprake van een lichte opleving tot 17,85 euro, waarna de prijs in december weer iets terugviel naar 17,6 euro per 100 kg. Daarmee ligt de prijs duidelijk onder het niveau van begin 2025 en ook lager dan in dezelfde periode een jaar eerder. De prijsdruk wordt vooral veroorzaakt door een ruim aanbod op de wereldmarkt. Na een periode van hogere prijzen in 2024 en begin 2025, als gevolg van tegenvallende oogsten in Europa, zijn de productievooruitzichten voor 2025/2026 aanzienlijk gunstiger. In Europa wordt een hoge tarweoogst verwacht en ook wereldwijd nemen de productie en voorraden toe. Dit zorgt voor neerwaartse druk op de prijzen. Tegelijkertijd blijft de vraag relatief stabiel, waardoor het marktevenwicht verschuift richting een overschotsituatie.

Act Sit Fig 6

Figuur 6 Prijzen af boerderija (euro/100 kg, exclusief btw) enkele akkerbouwgewassen, 2023-2025 (t/m december)
a Ontbrekende prijzen van zaaiuien in juni en juli 2023 zijn geïnterpoleerd.
Bron: Wageningen Social & Economic Research.

Veevoer- en brandstofprijzen stabiel

De prijzen van productiemiddelen, zoals veevoer, energie en kunstmest, zijn na het hoge niveau in 2022 in 2023 sterk gedaald (figuur 7). In 2024 stabiliseerden de prijzen grotendeels, waarna in 2025 een gemengd beeld zichtbaar is. De prijs van veevoer (standaardbrok A) daalde licht en stabiliseert in 2025 rond de 138–140 indexpunten. Ook de gasolieprijs blijft relatief stabiel, met beperkte schommelingen. De prijsindex van kunstmest (kalkammonsalpeter) laat in 2025 meer beweging zien, met een stijging begin van het jaar, gevolgd door een daling en opnieuw een lichte toename richting het einde van het jaar.

Act Sit Fig 7

Figuur 7 Prijsindices (2015=100) van enkele agrarische productiemiddelen, 2023-2025 (t/m december) 
Bron: Wageningen Social & Economic Research.